De komende weken onderzoekt SWOV samen met CROW meerdere rotondes in Oss. Met camera’s wordt gekeken naar verkeersgedrag, interacties tussen automobilisten en fietsers en situaties waarin het nét goed gaat. Dat onderzoek is belangrijk. Niet alleen vanwege de cijfers die eruit voortkomen, maar vooral omdat het zichtbaar maakt wat veel inwoners al langer voelen: verkeersveiligheid staat steeds meer onder druk.
En misschien zit precies daar ook het grootste probleem.
Verkeersveiligheid is van iedereen, en daardoor soms van niemand.
Iedereen vindt veilige wegen belangrijk. Iedereen wil dat kinderen veilig naar school kunnen fietsen en ouderen zich prettig blijven voelen in het verkeer. Maar tegelijkertijd raakt verantwoordelijkheid versnipperd tussen overheid, infrastructuur, handhaving en gedrag. Daardoor ontstaat langzaam een situatie waarin iedereen zich een beetje verantwoordelijk voelt, maar niemand écht eigenaar lijkt van het geheel.
Dat zie je vaak pas wanneer het misgaat.
Na een ernstig ongeluk ontstaat begrijpelijke verontwaardiging. Er komen vragen, discussies en politieke aandacht. Er worden onderzoeken aangekondigd en maatregelen besproken. Maar na verloop van tijd verdwijnt het onderwerp weer naar de achtergrond, totdat een volgend incident dezelfde discussie opnieuw opent.
Dat mechanisme is menselijk, maar ook gevaarlijk. Want verkeersveiligheid mag nooit afhankelijk worden van actualiteit of pech.
Juist tijdens mijn periode als raadslid heb ik geprobeerd die reflex bespreekbaar te maken. Niet alleen reageren ná incidenten, maar eerder luisteren naar signalen die inwoners vaak allang afgeven. Ouders die hun kinderen liever laten omfietsen. Ouderen die drukke rotondes vermijden. Fietsers die twijfelen of ze wel gezien worden. Dat zijn geen losse klachten, maar signalen van een samenleving die verandert.
Want Oss verandert ook. De stad groeit. Er komen meer woningen, meer verkeer, meer fietsers en meer druk op de openbare ruimte. Wegen en rotondes die ooit logisch ontworpen werden, moeten nu ruimte bieden aan steeds meer verschillende verkeersstromen.
En precies zoals bij iedere maatschappelijke verandering oogt zo’n overgang rommelig terwijl je er middenin zit.
Jarenlang werd infrastructuur vooral ingericht vanuit doorstroming. Verkeer moest efficiënt blijven rijden en de auto vormde vaak het uitgangspunt van ruimtelijke keuzes. Maar steden veranderen. Fietsgebruik groeit, woonwijken verdichten en steeds meer mensen delen dezelfde openbare ruimte.
Daardoor verandert ook de vraag die we aan infrastructuur stellen. Niet alleen: “Kan verkeer doorrijden?” Maar steeds vaker: “Kan iedereen zich hier veilig bewegen?”
Dat lijkt een klein verschil, maar het verandert het hele perspectief.
Want een rotonde kan technisch voldoen aan alle richtlijnen en tóch onveilig aanvoelen. En juist dat gevoel wordt nog te vaak weggezet als subjectief, terwijl mensen hun gedrag er dagelijks op aanpassen. Ouders kiezen andere routes, ouderen vermijden verkeerspunten en fietsers nemen omwegen.
Verkeersveiligheid gaat daarom over veel meer dan asfalt of verkeersborden alleen. Het gaat over vertrouwen in de openbare ruimte.
Tegelijkertijd vraagt dat ook iets van onszelf. Meer aandacht. Meer geduld. Meer bewustzijn dat iedere verkeersdeelnemer kwetsbaar is. Want uiteindelijk delen we dezelfde ruimte, automobilisten, fietsers en voetgangers.
Daarom hoop ik dat het huidige onderzoek in Oss meer wordt dan een technisch rapport. Ik hoop dat het leidt tot een bredere discussie over hoe wij met verkeer omgaan als overheid, maar ook als inwoners.
Want uiteindelijk zegt verkeersveiligheid veel over hoe een stad naar mensen kijkt.
Of veiligheid écht prioriteit krijgt. Of preventie belangrijker is dan reageren achteraf. En of iedereen zich vrij en veilig kan bewegen in zijn eigen stad.
Verkeersveiligheid is van ons allemaal. En precies daarom mogen we niet accepteren dat het uiteindelijk van niemand wordt.
-Jelle van der Vliet, oud-gemeenteraadslid-



