Er wordt vaak gesproken over ‘de teloorgang van de binnenstad’, alsof middelgrote steden als Oss langzaam hun hart verliezen. Maar wie beter kijkt ziet geen stervende binnenstad, maar een stadshart in transitie.
Jarenlang was het centrum vooral een machine van consumptie. Mensen kwamen om spullen te kopen. Iedere straat moest retail zijn. Iedere vierkante meter moest renderen via winkelmeters. Dat model werkte decennialang uitstekend, totdat internet, veranderend consumentengedrag, mobiliteit en schaalvergroting het speelveld definitief veranderden.
En dus schuift de functie van de binnenstad langzaam op. Het stadshart van vandaag draait niet meer alleen om kopen. Het draait om ontmoeten, beleven, wonen, horeca, cultuur, evenementen, dienstverlening en ja, óók nog steeds om winkels. Alleen niet meer op de manier zoals in de jaren negentig of begin jaren 2000.
Je ziet het ook letterlijk gebeuren. Waar vroeger alleen winkels zaten, komen nu appartementen, horeca, dienstverlening , cultuur of kleinere speciaalzaken terug. Mensen wonen weer in het centrum, spreken er af, drinken koffie, bezoeken evenementen. Het stadshart verandert langzaam van een puur winkelgebied naar een plek waar weer geleefd wordt.
Dat proces gaat nooit geruisloos. Tijdens zo’n transitie zie je leegstand ontstaan. Straten gaan open. Projecten lopen vertraging op. Panden krijgen tijdelijk een andere invulling. Ondernemers stoppen. Nieuwe ondernemers durven juist weer te beginnen. Vastgoedeigenaren zoeken opnieuw naar balans. Gemeenten proberen richting te geven terwijl ondertussen op social media en in de lokale politiek vaak het beeld ontstaat dat ‘alles achteruitgaat’.
Maar een transitie oogt rommelig terwijl je er middenin zit. Rome en Parijs zijn ook niet in één dag gebouwd. Sterker nog: iedere stad die zichzelf opnieuw heeft uitgevonden, kende jaren van twijfel, frustratie en negatieve beeldvorming. Achteraf noemt men dat visie. Tijdens het proces noemt men het chaos.
Wat in discussies vaak ontbreekt, is nuance. Een centrum is geen A4 met alleen passantenaantallen, parkeerdiscussies of leegstandpercentages. Een binnenstad is ook emotie, identiteit en vertrouwen. Het is de plek waar mensen hun stad voelen.
En precies daar zit de verantwoordelijkheid van media, politiek, ondernemers én inwoners. Want negatieve framing heeft impact. Als inwoners jarenlang horen dat hun centrum dood is, gaan ze zich er ook naar gedragen. Dan wordt beeldvorming bijna een self fulfilling prophecy. Terwijl tegelijkertijd horeca vol zit, lokale ondernemers investeren, woningen worden toegevoegd en er juist miljoenen in openbare ruimte en herontwikkeling worden gestoken.
Veel middelgrote steden staan voor dezelfde uitdaging: kleiner worden in winkelmeters, maar sterker worden in kwaliteit en verblijf. Minder puur transactiestad, meer stadshart. Dat vraagt lef van ondernemers. Geduld van inwoners. Investeringen van gemeenten. En misschien nog wel het belangrijkste: mensen die ondanks alles positief durven blijven over hun eigen stad.
Want een stadshart leeft niet alleen van stenen, beleid of parkeerplaatsen. Een stadshart leeft vooral van vertrouwen.
-Peter ter Horst, Eigenaar Ter Horst van Geel damesmode-



